Tijdens de reünie van 9/10 oktober 2026 hebben de reünisten (1946-1972) op initiatief van het Reüniecomité Rolduc I zich in groepen gebogen over de toekomst van de reünie voor hun jaargangen.
De resultaten van die groepsgesprekken treft u hier aan.
Verleden – heden – toekomst
Quo vadis Reünie Rolduc?
Verleden
De deelnemers in de groepen hebben veel goede herinneringen aan de prettige tijd op Rolduc. Maar sommige deelnemers wijzen ook wel naar de strijd tussen de priesters, waarin Gijsen belangrijk was en er uiteindelijk priesters vertrokken van Rolduc. Ze blijven onderdeel van de gesprekken tijdens de reünie. Ook de ervaringen rondom misbruik – die tijdens een van de reünies in het verleden uitvoerig besproken werden -blijven Rolduciëns met zich meedragen, en worden tijdens deze reünie zo nu en dan geuit.
Heden
Een reünie zoals deze, wordt door iedereen heel wenselijk genoemd, maar het besef is er ook dat het aantal aanmeldingen steeds meer terugloopt en een reünie in deze vorm dus niet meer haalbaar zal zijn.
Er zijn drie categorieën oud-Rolduciëns:
- Zij die vanaf 1946 tot aan het einde van het internaat in 1972 intern op Rolduc verbleven.
- Externen die in de periode vanaf 1963 tot 1972 samen met internen les volgden.
- Externen die zonder internen vanaf 1972 tot 1996 op Rolduc gestudeerd hebben en eindexamen hebben gedaan.
Toekomst: wat willen we bereiken?
We willen bereiken dat oud-Rolduciëns besluiten: Ik meld me aan voor een specifieke ontmoeting op Rolduc.
En dat jongere Rolduciëns zich aangetrokken voelen door aard en inhoud van de ontmoeting en besluiten zich aan te melden.
Welke overwegingen zouden tot zo’n besluit kunnen leiden? Of anderzijds wat kan iemand ervan doen afzien om zo’n besluit te nemen?
In de groepsgesprekken zijn de volgende gedachten, ideeën en suggesties geformuleerd. Ze staan hier in willekeurige volgorde.
- Er zijn drie factoren die Rolduciëns doen besluiten om deel te nemen aan een reünie:
- Herinneringen kunnen delen met andere Rolduciëns.
- Het unieke gebouw met zijn heel eigen karakter weer kunnen ervaren.
- Een veelbelovende inhoud van het programma.
- Er is bij sommige (?) of bij veel (?) mensen de beeldvorming ontstaan: de reünies op Rolduc hebben een massaal Dat weerhoudt ze van deelname.
- Sommigen zeggen: ’n eendaagse ontmoeting is voldoende.
- Iemand zegt: ik pleit ervoor om in ieder geval twee elementen uit onze huidige reünie te behouden, namelijk de Hoogmis en het (orgel)concert.
- Anderen voegen daaraan toe: zo’n dag moet je dan doorbrengen in kleine homogene groepjes.
- Weer anderen zijn het eens met de kleine groepjes, maar pleiten er juist voor om die groepjes niéthomogeen te laten zijn, maar juist te ‘vullen’ met de drie hierboven genoemde categorieën. Zo’n ontmoeting zal dan verrassende gesprekken opleveren.
- De groep of groepjes kunnen uit eigen gelederen iemand die over een bepaalde expertise beschikt, een inleiding laten houden. Eigenlijk zoals Huub Evers dat deed. Het zou ook een workshop kunnen zijn.
- Nog een aanvulling t.a.v. kleine groepjes: lunches en diners hoeven niet centraal georganiseerd te worden. Iedereen kan voor eigen rekening eten in de brasserie.
- Je kunt ook nadenken over 2 formules in één gedachte: in het voorjaar een ontmoeting organiseren voor kleine groepjes. Met een programma dat daarop is toegesneden. Of een programma dat de groepjes zelf invullen. En in het najaar een reünie met een programma voor alle deelnemers samen.
- Een ander idee is gestoeld op mooie persoonlijke ervaringen: Een uitgebreid bezoek (2 dagdelen wellicht) aan Rolduc, maar dan samen met je familie. Sommigen zeiden: ook met vrienden en kennissen. De zeer positieve persoonlijke ervaring was: iedereen was onder de indruk van het gebouw, de kerk, de groene omgeving met vijvers en het bosquet, maar ook e historie, de faciliteiten, de mogelijkheden die de studenten hadden om zich te ontwikkelen enz. Rolduc kreeg bij de bezoekers een onverwacht bijzonder en zeer positief imago. Ook de jonge kinderen vonden het fascinerend.
- Iemand vulde meteen aan: dat zou dan door meerdere Rolduciëns gelijktijdig en gezamenlijk ingevuld kunnen worden. Bijvoorbeeld met bevriende Rolduciëns of (nog levende) ‘compagnie-genoten’. Er zou daarvoor een vast programma ontwikkeld kunnen worden. (rondleiding, orgelconcert enz.)
- Na afloop komt iemand met een nabrander. Hij zegt: er had eigenlijk ook gesproken moeten worden over de integratie van onze huidige reünie in die van het 3e Rolduc. Er zouden dan activiteiten van iedere groep naar keuze kunnen worden bijgewoond. En daarbij zou voor iedereen de keuze open moeten blijven voor een zaterdag-programma.
- Iemand doet de suggestie om een digitale ontmoetingsplaats te creëren waar oud-Rolduciëns elkaar kunnen ontmoeten om herinneringen en ervaringen te delen. Er zijn oud-Rolduciëns met beperkingen die niet of nauwelijks meer kunnen reizen en heel blij zullen zijn als ze met andere oud-Rolduciëns op deze wijze contact kunnen hebben.
- Een ander: ik word weemoedig van de aankondiging dat dit de laatste reünie was, althans in deze vorm. Een ingekorte reünie alleen op zaterdag??? Graag!
- Tenslotte: iemand zegt”: “Rolduc is meer dan ik zelf”. Deze groep reageerde unaniem: dit is een belangrijk motto. Dat kunnen we op Rolduc alleen in groepsverband uitstralen.